Sjabloon:1932:55-2

Uit Spelregels voor tafelarbiters
Versie door Kees (overleg | bijdragen) op 1 aug 2019 om 12:34 (Beveiligde "Sjabloon:1932:55-2" ([Bewerken=Alleen beheerders toestaan] (vervalt niet) [Hernoemen=Alleen beheerders toestaan] (vervalt niet)))
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

REGEL 55-2. DADEN DIE EENE VERZAKING VOLDONGEN MAKEN.
(2) Eene verzaking in elk der eerste elf slagen, welke niet is hersteld door het terugnemen van de verkeerd voorgespeelde of bijgespeelde kaart, wordt voldongen, indien - al of niet aan de beurt zijnde-

(a) de overtreder of zijn maat voorspeelt vóór of bijspeelt in den volgenden slag, als de verzaking begaan was bij het bijspelen;
(b) de maat van den overtreder bij den slag bijspeelt, als de verzaking begaan was bij het uitkomen. Eene verzaking, begaan in den twaalf den slag, wordt nooit voldongen.